Hazrat Inayat Khan

In 1919 stond Hazrat Inayat Khan in Edinburg een groep nieuwe leerlingen te woord. Zij vroegen hem of hij hun raad kon geven voor hun leven in de wereld. Inayat Khan antwoordde dat hij aan iedereen, ook aan zijn leerlingen, de vrijheid liet zo te leven als ze het zelf goed vonden. Hij was er niet voor zijn principes aan anderen op te leggen, omdat iedereen zijn leven moet leiden in overeenstemming met zijn staat van evolutie, en de principes van de een zijn niet vanzelf geschikt voor de ander. Zij gingen toch door met vragen en zeiden dat ze volgelingen waren geworden omdat zijn leer hun aantrok, en zij zouden grote waarde hechten aan een enkele raadgeving uit zijn mond. Inayat Khan zei toen:

Als u werkelijk enkele woorden over dit onderwerp wilt horen zal ik u zeggen hoe ik, onder bepaalde omstandigheden althans, probeer te handelen.

Bij alles kijk ik vanuit het standpunt van de ander zowel als dat van mij, daarom laat ik iedereen vrij in zijn opvattingen, omdat ik mezelf die vrijheid ook geef. Ik waardeer wat goed is in een ander en zie over het hoofd wat ik verkeerd vind.
Als iemand zelfzuchtig tegenover mij handelt, beschouw ik dat als natuurlijk, omdat zelfzucht de menselijke natuur eigen is, en ik word er niet door teleurgesteld. Maar als ik mijzelf een egoïst vind, neem ik mijzelf onderhanden en tracht beter te worden.

Er is niets dat ik niet bereid ben om te verdragen en er is niemand wie ik niet zou willen vergeven.

Ik twijfel nooit aan wie ik eenmaal mijn vertrouwen heb geschonken, ik haat nooit wie ik liefheb, ik veracht nooit iemand wie ik eenmaal mijn achting heb gegeven.

Ik zoek de vriendschap van iedereen die ik ontmoet; als ik ze moeilijk vind, doe ik een poging hun vriendschap te winnen. Als ik met die poging niet slaag, laat ik ze verder met rust. Maak ik iemand eenmaal tot vriend, dan wens ik die vriendschap nooit te verbreken.

Als iemand mij op een of andere wijze kwaad doet, dan denk ik dat ik dat waarschijnlijk verdien, of dat degene die mij kwaad doet niet beter weet. Ik heb geen vijanden, maar iedereen die zich laat ‘horen’ in het leven wekt veel verzet.

Ik beschouw niemand als hoger of lager dan mijzelf.

In alle bronnen waaruit ik de behoeften van mijn leven put zie ik één bron, God, de enige Bron, en als ik iemand bewonder en hem eer bewijs of liefheb, weet ik dat ik God bewonder, vereer, liefheb.

In verdriet vertrouw ik op God en in vreugde dank ik Hem.

Ik treur niet over het verleden, ik ben niet bezorgd over de toekomst, maar tracht van het heden te naken wat ik kan. Ik ken geen mislukking, zelfs in vallen zie ik een eerste stap om te stijgen, en succes en tegenspoed in het leven doet er weinig toe.

Ik heb geen berouw over wat ik gedaan heb, en ik denk, zeg en doe wat ik meen.

Als ik in het leven iets tot stand wil brengen, ben ik niet bang voor de gevolgen;
Ik begin er aan en doe het gewoon, en ik neem aan dat wat komen moet, komt.

Neem van deze ideeën wat u het beste toeschijnt, en vergeet de rest.

Geplaatst op; 08-03-2015

Terug naar mijn blog